Gisteren ben ik geheel vrijwillig naar een bioscoopfilm met Leonardo Dicaprio geweest. Dat zal menigeen misschien niet verbazen maar voor mij is dat heel bijzonder. Het laatste decennium probeerde ik films met Leonardo in de hoofdrol zoveel mogelijk te vermijden.
In mijn tienerjaren lag dit anders. Toen was ik heimelijk – want ik deed een weinig overtuigende poging om heteroseksueel te zijn – verliefd op Leo, zoals geobsedeerde fans hem liefkozend noemen. Leonardo was mijn ideale man met zijn prachtige sluike haar dat steevast voor één van zijn diepblauwe ogen hing. Dat jongensachtige kapsel heb ik zelfs gekopieerd. Urenlang stond ik voor de spiegel mijn haar te modelleren om een lok te creëren die schijnbaar spontaan voor mijn oog was gevallen. Omdat zo’n vettige haarlok niet goed combineert met een bril was die look voor mij geen succes.
Het experiment met mijn kapsel was net zo kortstondig als mijn voorliefde voor films met DiCaprio. Na een prachtige vertolking van een verstandelijk gehandicapte in What’s Eating Gilbert Grape, stapte hij over om helden te spelen in van die vergezochte actiefilms waarin Hollywood grossiert. Het spelen van een ongeloofwaardige held gaat DiCaprio goed af, dat moet ik toegeven.
Gedurende zo’n actiefilm gebruikt hij het hele palet van gezichtsuitdrukkingen van een amoebe (nu ben ik niet thuis in de wereld van de biologie maar ik stel me voor dat je met één cel niet bijster veel variatie kunt aanbrengen om je uit te drukken). Wanneer Leonardo de held speelt gebruikt hij slechts twee gezichtsuitdrukkingen. Een redelijk lege blik waarmee hij doelloos voor zich uit staart (die zet hij vooral op tijdens de dialogen). Of een getormenteerde blik met veel gefrons alsof hij op het toilet zit om te poepen terwijl hij lichtelijk geconstipeerd is (die gelaatsuitdrukking zie je het meeste in de film wanneer hij iets lastigs aan het doen is zoals op lange afstand figuranten doodschieten).
Die getormenteerde blik die ik zojuist beschreef had ik op mijn gezicht toen ik gisteren naar de film Inception ging waarin Leonardo DiCaprio meespeelt. Het is de nieuwe film van Christopher Nolan, de maker van mijn meest favoriete film ooit: Memento (een film met verknipte tijdlijnen waardoor je na de film urenlang kunt puzzelen om het plot te begrijpen). Achteraf ben ik blij dat ik Inception met lichte tegenzin ben gaan kijken. Leonardo DiCaprio blijkt namelijk niet talentloos genoeg te zijn om een film met goed script en mooie special effects te verpesten.
06.08.2010 | Reageer!Ieder WK of EK doe ik mijn best om alle wedstrijden te missen. Dat lukt meestal heel aardig doordat ik nauwelijks televisie kijk. Ik heb de gewoonte ontwikkeld om tijdens zulke langslepende sportevenementen veel naar de bioscoop te gaan. Dit jaar zijn er weinig films die in de bioscoop worden vertoond die ik de moeite waard vond. Bovendien vonden veel wedstrijden tijdens de voorrondes plaats tijdens werktijd. Omdat ik het heel ongezellig vond dat ik alleen op de afdeling zat terwijl mijn collega’s in de kantine de wedstrijd live bekeken, ben ik gaan meekijken. Opeens vond ik die voetbalwedstrijden best spannend. En omdat ik er nu helemaal in zit, wil ik de afloop ook weten.
Voetballers zijn watjes. Dat is mijn voornaamste conclusie na het volgen van het WK voetbal tot nu toe. Ik had verwacht dat een beetje voetballer, na ettelijke uren krachttraining en voor een miljoenensalaris, wel tegen een stootje zou kunnen. Maar bij het kleinste duwtje van een tegenspeler vallen ze plots om. Bij vrijwel iedere aanraking krimpt de voetballer ineen, grijpt het geraakte lichaamsdeel vast en rolt kermend van de pijn over het veld. Zelfs een mietje als ik heeft een hogere pijngrens. Gelukkig hervatten zij, heel wonderlijk, altijd na vijf minuten volledig hersteld weer de wedstrijd.
Ooit, toen ik nog aanzienlijk strakker in mijn vel zat, heb ik een vluchtige zomerromance gehad met een Amerikaanse ijshockeyspeler. Hij was lang, breed, gespierd en dus voorzien van een blokjesbuik. Ons voorspel bestond er uit dat hij zijn shirt uittrok, zijn buikspieren aanspande en ik daar tegenaan mocht boksen. Ik kan verklappen dat mijn vuisten meer gepijnigd werden dan de sixpack van mijn vakantieliefde. Nu noem ik één gespierde bedpartner nog geen diepgravend onderzoek op basis waarvan je verregaande conclusies kunt trekken (gespierde mannen die mee willen werken aan het vervolgonderzoek mogen zich melden), het verschil in reactie op zo’n opstootje vind ik best significant.
Over wie het WK gaat winnen durf ik geen uitspraak te doen. Wel voorspel ik dat wanneer het Nederlands elftal het WK verliest, er gemord gaat worden over de riante salariëring van de spelers. Voor het bespelen van de media heb ik voor de sterspelers het volgende advies: verwijs naar de realistische valpartijen en de grimassen die je hebt getrokken van de pijn. Voor dat soort oscarwaardige acteerprestaties en stuntwerk betalen ze in Hollywood immers miljoenen aan de supersterren.
01.07.2010 | Reageer!Ik ben blij dat mijn oma dood is. Dat arme mens had straks na de verkiezingen niet meer over straat gekund. Op vijfenzeventigjarige leeftijd kun je het lichamelijke verval een beetje verhullen door een ruimvallende jurk en een leuk kapsel. Ondanks dat haar uiterlijke verschijning steeds minder jeugdig werd met het klimmen der levensjaren, deed zij haar best om goed verzorgd voor de dag te komen. Om de paar dagen was zij ‘s avonds met haarkrullers in de weer om haar kapsel in model te houden. Om een nachtje op die krulspelden wakker te liggen. Vooral regen of wind waren funest voor haar kapsel. Dus ging zij de deur niet uit zonder hoofddoek. En straks na de verkiezingen mag dat waarschijnlijk niet meer.
In alle peilingen wordt er een grote zetelwinst voor de Partij voor de Vrijheid voorspelt. Een van de hoofdpunten van hun programma is de ‘koppenvoddentax’ (je moet het Geert Wilders nageven dat hij pakkende leuzen bedenkt). Daarmee wil Geert graag verbieden dat er straks nog vrouwen met een hoofddoek of boerka zich op straat mogen begeven. Volgens zijn redenering zal dan de islamisering van Nederland stoppen en dat snap ik niet. Ik denk bij het zien van een boerka nooit ‘goh, ik moet me bekeren tot de islam’. In hartje zomer heb ik gedachten als ‘wat zal die mevrouw het enorm warm hebben’. Bij regen lijkt me de boerka best handig want dan hoef je geen poncho meer aan te trekken op de fiets. En als bij de Albert Heijn bij mij in de buurt meisjes achter de kassa zitten met hoofddoeken om in allerlei fleurige kleuren dan word ik daar vrolijk van. Misschien vindt Geert dat soort gedachten al een vorm van islamisering. In dat geval islamiseer ik in rap tempo.
Hoe zou het mijn oma dan vergaan als zij nog had geleefd met de PVV in het kabinet? Zou zij na al die jaren trouw bidden en Bijbelstudie prompt uit de gereformeerde gemeente worden gegooid vanwege haar hoofddoek? Het komt op mij vreemd over dat een politieke partij met het woord ‘vrijheid’ in zijn naam vooral het verbieden predikt. Misschien predikt Geert alleen voor zijn eigen parochie want hij heeft ter bescherming van zijn uitgegroeide coupe soleil geen hoofddoek nodig. Dat zouden de zwevende kiezers zich vandaag moeten afvragen: wil je de besturing van Nederland overlaten aan iemand die niet in staat is om zijn eigen kapsel te verzorgen?
09.06.2010 | Reageer!Tot op het allerlaatste moment bleef ik hopen dat het allemaal zou overwaaien maar de aswolk bleef boven Schiphol hangen. Twee weken geleden had ik in het vliegtuig willen stappen om naar een luxe hotel in Turkije te vliegen. Om aldaar op mijn wenken te worden bediend terwijl ik in de zon hoogstaande literatuur zou lezen. Maar dat voorjaarsritueel om bij te komen van een winterdepressie ging niet door.
Op mijn werk kreeg ik al vergaderverzoeken die midden in mijn vakantie vielen. De uitnodigingen waren in de trant van ‘mocht je toch niet vliegen dan hoef je dit overleg niet te missen’. Ik raakte daardoor alleen maar meer vastberaden om op vakantie te gaan. Bovendien las ik ergens las dat je meer tijd doorbrengt met je collega’s dan met jouw partner. Toen begon het mij te dagen waarom ik mijn collega’s behoorlijk beu was. Al een half jaar had ik geen vakantiedag meer opgenomen. En in tegenstelling tot mijn partnerkeuze, heb ik geen inspraak gehad bij het aannemen van de collega’s waarmee ik dagelijks samenwerk. Daar zouden de vakbonden eens werk van moeten maken nu er geen loonsverhoging in zit door de recessie.
Ik had dus vooraf al nagedacht over een vervangende vakantie. Onder voorbehoud van het afgelasten van de vlucht had ik een vakantiehuis in Toscane geboekt. Op het tijdstip dat wij eigenlijk naar het vliegveld zouden vertrekken, reden wij naar Italië. Qua weersverwachting was het daar vergelijkbaar aan de Turkse kust.
Bij aankomst bleek dat Italië op meer vlakken een waardig alternatief was voor Turkije. Italianen zijn, net als de Turken, levensmoe. Dat bleek vooral uit hun weggedrag. Inhalen op plaatsen waar je tegenliggers absoluut niet ziet aankomen, is daar een gewoonte. Verkeerslichten worden steevast gezien als vrolijk gekleurde straatverlichting en verder totaal genegeerd. Het zal iets met het vurige, zuidelijke temperament te maken hebben.
Een andere overeenkomst is dat de Italiaanse mannen minstens even behaard zijn – op hoofd, borst en rug – als een Turk. De Italiaan heeft echter perfect getrimde gezichtsbeharing en haardrachten waar urenlang op geföhnd is, als je het mij vraagt. De Italiaanse macho’s zich te bewust zijn van hun uiterlijk, dat vind ik jammer. In Turkije weten de mannen zich gewoon nog geen raad met al dat haar. Volgend jaar ga ik weer genieten van het ongerepte Turkse mannelijk schoon, voor zolang dat het nog duurt. Want de mondiale rage die metroseksualiteit heet zal ooit overwaaien naar het Midden-Oosten.
11.05.2010 | Reageer!Ik had niet gemerkt dat wij een auto tekort kwamen maar mijn vriend begon afgelopen maand opeens over een tweede auto. Amper een jaar geleden hadden we de vorige tweede auto de deur uitgedaan. Er moest zoveel aan gerepareerd worden dat de auto die investering niet meer waard was. Omdat er in het laatste jaar nauwelijks 250 kilometer mee was afgelegd, besloten we dat er geen tweede auto meer nodig was.
Met dit soort terloopse opmerkingen van mijn vriend moet ik altijd oppassen. Hij heeft eens in de twee á drie jaar een sterke behoefte aan vernieuwing. Volgens hem kan die vernieuwing van alles zijn: een andere baan, woning of auto. ‘Of een andere partner,’ denk ik dan want dat zegt hij – uit beleefdheid waarschijnlijk – er nooit bij. Een snelle rekensom leerde mij dat de vorige auto alweer twee jaar geleden was aangeschaft. Daarom besloot ik – vooral uit eigenbelang– om het kopen van een tweede auto aan te moedigen, ook al hadden we die praktisch gezien niet nodig. De milieufreak in mij protesteerde hevig maar won het niet van mijn innerlijke statisticus. Met een tweede auto voldoen wij weer aan de landelijke norm van minimaal 1,3 auto’s per huishouden. In mijn eeuwige drang om modaal te zijn vind ik dat een geruststellende gedachte.
Bij het zoeken op marktplaats naar een nieuwe auto bleek mijn vriend een verborgen agenda te hebben. Hij zat namelijk zomaar in de categorie ‘cabrio’s’ te zoeken. Van die tweezitters met een kofferbak waarin je geen kar boodschappen kwijt kan. In allerlei felle tinten geel of rood. Daar moest ik even van bijkomen. 'Dit riekt wel heel erg naar een midlifecrisis,' dacht ik. Daarvoor is hij – met 34 jaar– er vroeg bij. Dit vond ik alarmerend. ‘Hoeveel identiteitscrisissen zou hij dan tot zijn vijftigste nog krijgen?’ dacht ik daarna. Ik vroeg mij af of onze relatie zoveel oncontroleerbare hormonale drang tot verandering zou overleven. Ik hield vast aan de eerder gekozen overlevingsstrategie en stemde in met de aankoop van een cabrio.
Dus vanaf volgende week staat er een tweezitter bij ons voor de deur. ‘Er is voldoende bagageruimte voor twee kratten bier,’ vertelde mijn vriend me er enthousiast bij. De auto heeft een nogal degelijke grijze kleur. Er is dus nog een mogelijkheid om de auto op een later moment te laten overspuiten in een meer flitsende kleur. Hopelijk blijft mijn vriend hierdoor weer een paar jaar rustig.
19.04.2010 | Reageer!Vraag een toerist waarvoor hij naar Amsterdam reist en je krijgt antwoorden in de orde van tulpen, de Hollandse meesters, wiet en de Wallen. Die laatste twee zijn waarschijnlijk de belangrijkste redenen voor het bezoek aan Nederland. Maar het is verstandig om, als je er dan toch bent, wat musea te bezoeken. Dan zijn de vakantiefoto’s (of een selectie daarvan) ook geschikt om aan je ouders te laten zien.
Omdat ik niet opgewonden raak van schaars geklede vrouwen die goed uitgelicht zijn, sla ik de Wallen meestal over. Ook voor wiet hoef ik niet naar Amsterdam. De enige keer dat ik wiet heb gerookt, merkte ik er bar weinig van. Gelukkig houd ik ervan om urenlang rond te dwalen in musea dus is er voor mij genoeg te beleven in Amsterdam. Dat heb ik als puber ontdekt toen ik het Rijksmuseum bezocht om research te doen voor een werkstuk voor het vak Geschiedenis. Daarvoor moest ik een werkstuk schrijven over een facet van de historie van Nederland. Het leek mij voor de geschiedenisleraar prettig dat tenminste één werkstuk niet over de Tweede Wereldoorlog zou gaan. Daarom, en omdat ik een berekenende puber was die dacht dat het een hoger cijfer zou opleveren, schreef ik een werkstuk over Rembrandt. Eerst wilde ik het over Van Gogh doen maar door het afgesneden oor leek me dat te deprimerend. Sindsdien heb ik het Van-Goghmuseum angstvallig vermeden.
Tijdens mijn laatste bezoek aan Amsterdam ontkwam ik er niet aan. Vrienden van mij wilden naar het Van-Goghmuseum dus ging ik mee. Het bleek dat Vincent tijdens zijn leven als kunstenaar nooit is begrepen. Ik begreep waarom. Zo zien de gezichten van de geschilderde mensen op het schilderij ‘De Aardappeleters’ er aardappelachtig uit. Trok dit mislukte schilderij werkelijk honderdduizenden toeristen per jaar? Het schilderen zal als uitlaatklep therapeutisch zijn geweest voor van Gogh, goed onder de knie heeft hij de schildertechnieken nooit gekregen. Alleen de schilderijen met bloemen erop vond ik aardig.
Mijn conclusie was dat Van Gogh een verdienstelijk schilder van bloemetjesbehang was geweest. ‘Moet je dan niet minstens één meesterwerk hebben geproduceerd om een eigen museum te verdienen?’ vroeg ik me hardop af. ‘Cultuurbarbaar,’ siste een vriend mij boos toe. Ik voelde me net zo onbegrepen als Vincent zich als schilder moet hebben gevoeld.
De volgende keer in Amsterdam, ga ik toch maar aan de wiet. Of naar de Wallen.
21.03.2010 | Reageer!Persoonlijk ben ik er dolblij mee dat de klassieke muziekstukken van een half uur veel bombarie met trompetgeschal, zijn doorgeëvolueerd in popliedjes van drie en een halve minuut. Of Mozart en Beethoven het zo bedoeld hebben, betwijfel ik maar het komt de herkenbaarheid en meezingbaarheid van de muziek ten goede.
Dat ik geen voorliefde voor de klassieke muziek heb meegekregen dat ligt aan mijn opvoeding. Mijn zussen en ik zijn opgevoed met muziek van Cuby and the Blizzards. Net als Bach is dat hopeloos ouderwets maar rammelende bluesmuziek in steenkolenengels is nauwelijks klassiek te noemen.
Voordat mijn vader alsnog de kinderbescherming op zijn dak krijgt: hij heeft ooit ’n halfslachtige poging gedaan om ons kennis te laten maken met klassieke muziek. Hij deed dat door ons mee te nemen naar een voorstelling van de Phantom of the Opera. Zo’n massaproductiemusical die drie keer daags in het Circustheater in Scheveningen werd opgevoerd. Vermoedelijk leek hem dat opvoedkundig en cultureel wel verantwoord.
Het kaartje voor de musical kregen wij collectief cadeau voor onze veertiende verjaardag. ‘Een kaartje van een musical met Ben Cramer in de hoofdrol’ stond op geen van onze verlanglijstjes. De echte reden was dat mijn vader zelf graag een volledig orkest live wilde horen spelen. Geheel volgens de gedragsvoorschriften van het puberdom hadden mijn zussen en ik op voorhand al besloten dat wij er niets aan vonden.
Het blijft toch aan je knagen als je zo’n ongevraagd en ongewenst verjaardagscadeau krijgt. Daarom ben ik als volwassene blijven roepen dat klassieke muziek bedoeld is voor mensen die zich te goed voelen voor popmuziek. Je blijft lekker jong door dat soort ongefundeerde en puberale meningen. Dus ik twijfelde sterk toen ik vorig jaar een uitnodiging kreeg om een concert van het Radio Philharmonisch Orkest bij te wonen. Maar mijn nieuwsgierigheid over hoe je zo’n driehoekig roestvrijstalen ding aan een touwtje nou vakkundig bespeelt, won uiteindelijk.
Een maand later zat ik alweer in het concertgebouw. Ik had mijn vader, niet eens uit wraak, een concertkaartje cadeau gegeven voor zijn verjaardag. Het Metropool Orkest speelde filmmuziek van de componist Ennio Morricone uit mijn vader’s favoriete film ‘Once Upon A Time In The West’. Tijdens het concert stonden de tranen in mijn ogen van ontroering. Mijn vader en ik vonden het beiden prachtig.
Als ik nu ook nog van mijn Ben-Cramer-fobie weet af te komen, dan heb ik al mijn jeugdtrauma’s eindelijk verwerkt.
20.02.2010 | Reageer!Iedereen zou van de gemiddelde Fries verwachten dat hij dolenthousiast reageert op iedere hint op nachtvorst van Piet Paulusma. Ik heb daar weinig van meegekregen ondanks dat ik in Friesland geboren en getogen ben. Ik ben namelijk een enorme koukleum. Voor mij zijn een sjaal, een muts en wanten al onmisbare kledingstukken als de temperatuur tien graden boven het vriespunt ligt. Bijkomend nadeel: mijn hoofd is niet geschikt voor het dragen van mutsen. Zodra ik een muts op doe, zie ik er uit als iemand die erg stoer wil overkomen maar bij wie dat niet goed lukt.
Gelukkig ben ik gezegend met een andere belangrijke, onmisbare Friese eigenschap. Ik heb een aangeboren talent voor schaatsen en klunen want voor beiden heb ik een heus diploma. Met schaatsen bedoel ik dan geen sierlijke, driedubbele axel. Ik kan vooral goed mijn evenwicht bewaren en op rechte kanalen ben ik zeer bedreven in het praktische, ouderwetse recht-vooruit-schaatsen. Uit de bocht vliegen kan ik ook erg goed want ik durf in de bochten niet pootje over vanwege de grote valkans. Het schaatsen op natuurijs heeft namelijk als nadeel dat je niet comfortabel in een luchtkussen belandt maar genadeloos met je kanis tegen de stenen kade smakt.
Vroeger woonde ik in de zevende stad op de route van de elfstedentocht. Zodra er een kans was dat de elfstedentocht zou doorgaan, onstond er een soort collectieve ijskoorts. In ieder vrij uurtje werd er geschaatst. 's Nachts stonden alle bruggen open zodat het ijs voldoende dik zou worden voor de tocht der tochten. Dan kon je niet zonder kilometers om te rijden van de ene kant naar de andere kant van de stad komen. Wonderlijk dat in een land vol regels, over aanrijdtijden van ambulances en zo, de doorgaande weg met zo'n onzinnige reden mocht worden afgesloten.
Waarschijnlijk zou ik tegenwoordig een dikke onvoldoende scoren op een Fries inburgeringexamen want 1. ik beheers de Friese taal niet meer en 2. ik kan niet één winnaar van de elfstedentocht opnoemen (al weet ik dan weer wèl dat Willem-Alexander ooit heeft deelgenomen onder de schuilnaam W.A. van Buren en ben ik er van op de hoogte dat hij niet gewonnen heeft maar dat levert vast geen punten op).
Gelukkig loop ik door de opwarming van de aarde steeds minder kans om door de mand te vallen met mijn warmteminnende eigenschappen. Komt dat kluundiploma me tenminste goed van pas.
14.01.2010 | Reageer!Voor de liefhebbers van een blockbuster met geloofwaardige beelden en een volkomen ongeloofwaardig verhaal, draait nu de film 2012 in de bioscoop. Wat ik mij na het zien van 2012 afvraag is waarom de makers moeite doen om een verhaallijn in zo’n film te stoppen. Niemand kijkt een rampenfilm om mee te leven met de personages. Er wordt alleen nagepraat over de special effects.
De hoofdpersonen, een gebroken gezin met twee vaders, zijn op een rare manier bekend van de bijrollen. Het gezin ontsnapt, natuurlijk ternauwernood, aan het natuurgeweld met het vliegtuig van een rijke Russische magnaat. De vader kent hem omdat hij diens chauffeur was. De stiefvader heeft de borstvergroting van de magnaat’s veel te jonge vriendin uitgevoerd. Wie verzint zoiets? De verhaallijn lijkt op een schrijfoefening voor beginnende scenarioschrijvers. De opdracht was om het product luiers te verwerken in een actiefilm met een duidelijke moraal. Alleen al voor die luiers, het is een centraal onderdeel van het plot, is de film een must-see.
Zoals een Hollywood-productie betaamt bevat deze film weer een betuttelende boodschap. Dat 2012 draait om een gebroken gezin vond ik al niet passen in de bekrompen Amerikaanse maatschappij. Vooral de stiefvader is een complicerende factor. De kinderen kunnen het met hem beter vinden dan met hun eigen vader. Dat leidt natuurlijk tot haat en nijd tussen de twee mannen. Toen halverwege de film de twee mannen bevriend raakten, wist ik hoe laat het was. Eén van de twee mannen zou voor het einde van de film het loodje leggen. Dat wordt opgelost met een fraai staaltje republikeins gedachtegoed want de stiefvader sterft een gruwelijke en bloederige dood. Een waar happy end voor het traditionele gezin als hoeksteen van de samenleving dus.
Onder het ongeloofwaardige verhaal ligt nog een tweede moraal: het milieu. Sinds de gefilmde powerpointpresentatie van Al Gore heeft de filmwereld ontdekt dat het kan scoren met een groen thema. Eerdere ecorampenfilms speelden zich vooral af in 2080. ‘Dat maak ik niet meer mee,’ dacht ik dan gerustgesteld. Maar deze film speelt al in 2012 en, tenzij ik mijzelf haastig voor de trein gooi, dan leef ik waarschijnlijk nog. Op zich heel nobel om de argeloze kijker op de gevolgen van de opwarming van de aarde te wijzen. Maar misschien had de filmproducent beter het goede voorbeeld kunnen geven door geen energie te verspillen aan het maken van deze slechte film.
17.12.2009 | Reageer!Voor iemand die zo lang van stof is als ik, is het onvoorstelbaar dat iemand zich in 140 tekens kan uitdrukken. Maar miljoenen mensen lukt het om via twitter de godganse dag kernachtig te vertellen wat zij aan het doen zijn. En die twitterende mensen doen heel veel dingen op één dag. Zoveel zelfs, dat ik me afvraag waar die personen de tijd vandaan halen om nog erbij te twitteren.
De meeste twitteraars lijken indruk te willen maken met hun drukke agenda, gevuld met veelbelovende zakelijke afspraken en uitnodigingen voor populaire feesten. Het ‘kijk mij nou’-gehalte op twitter is nogal groot. De berichten op twitter zijn een schijnvertoning. Nooit lees je over de schaduwkanten van het leven. Niemand twittert dat zijn pinpas is geblokkeerd na maanden rood te hebben gestaan. Of dat de deurwaarder op de stoep staat. Die berichten zou je toch verwachten in deze tijden van crisis.
Al die artiesten met een oninteressant, verwaarloosd weblog zitten nu op twitter. Paul de Leeuw plugt zijn televisieprogramma door via twitter te vertellen welke beroemdheden te gast zullen zijn. Madonna kondigt de release van een nieuwe single aan. Georgina Verbaan twittert over de opnamen van haar nieuwe serie Floor Faber. Twitter is het nieuwste medium om jezelf te pluggen.
Ik vind het trouwens ook verwonderlijk dat iedereen tijdens werktijd om de haverklap berichten op internet mag zetten. Misschien ben ik een modelwerknemer, of is mijn leidinggevende van de oude stempel, maar op mijn werk gaat mijn telefoontoestel uit. Bovendien krijg ik geen loon betaald om te twitteren dus gebruik ik internet op mijn werk alleen voor zakelijke doeleinden.
Vandaag heb ik bijgehouden wat ik getwitterd had, als ik zou twitteren:
‘Ik eet cup-a-soup als ontbijt omdat mijn bloeddruk weer te laag is.’
‘Telkens als ik nodig moet, zijn alle wc’s bezet.’
‘Bah, de cappucino uit de koffieautomaat is op.’
‘Ik vind dat het hete water uit de koffieautomaat zonder theezakje al voldoende kleur en smaak heeft.’
‘Ik sta in de rij bij La Place voor een broodje boerenkaas.’
‘Ik heb de was te lang in de wasmachine laten zitten, ga nu het spoelprogramma eens uitproberen.’
Ik kan mij niet voorstellen dat iemand op dit soort intieme futiliteiten van een wildvreemde zit te wachten. Dat soort dingen vertel ik niet eens aan mijn vriend. Laat staan dat ik de behoefte heb om dat met de rest van de wereld te delen.
18.11.2009 | Reageer!