Tot op het allerlaatste moment bleef ik hopen dat het allemaal zou overwaaien maar de aswolk bleef boven Schiphol hangen. Twee weken geleden had ik in het vliegtuig willen stappen om naar een luxe hotel in Turkije te vliegen. Om aldaar op mijn wenken te worden bediend terwijl ik in de zon hoogstaande literatuur zou lezen. Maar dat voorjaarsritueel om bij te komen van een winterdepressie ging niet door.
Op mijn werk kreeg ik al vergaderverzoeken die midden in mijn vakantie vielen. De uitnodigingen waren in de trant van ‘mocht je toch niet vliegen dan hoef je dit overleg niet te missen’. Ik raakte daardoor alleen maar meer vastberaden om op vakantie te gaan. Bovendien las ik ergens las dat je meer tijd doorbrengt met je collega’s dan met jouw partner. Toen begon het mij te dagen waarom ik mijn collega’s behoorlijk beu was. Al een half jaar had ik geen vakantiedag meer opgenomen. En in tegenstelling tot mijn partnerkeuze, heb ik geen inspraak gehad bij het aannemen van de collega’s waarmee ik dagelijks samenwerk. Daar zouden de vakbonden eens werk van moeten maken nu er geen loonsverhoging in zit door de recessie.
Ik had dus vooraf al nagedacht over een vervangende vakantie. Onder voorbehoud van het afgelasten van de vlucht had ik een vakantiehuis in Toscane geboekt. Op het tijdstip dat wij eigenlijk naar het vliegveld zouden vertrekken, reden wij naar Italië. Qua weersverwachting was het daar vergelijkbaar aan de Turkse kust.
Bij aankomst bleek dat Italië op meer vlakken een waardig alternatief was voor Turkije. Italianen zijn, net als de Turken, levensmoe. Dat bleek vooral uit hun weggedrag. Inhalen op plaatsen waar je tegenliggers absoluut niet ziet aankomen, is daar een gewoonte. Verkeerslichten worden steevast gezien als vrolijk gekleurde straatverlichting en verder totaal genegeerd. Het zal iets met het vurige, zuidelijke temperament te maken hebben.
Een andere overeenkomst is dat de Italiaanse mannen minstens even behaard zijn – op hoofd, borst en rug – als een Turk. De Italiaan heeft echter perfect getrimde gezichtsbeharing en haardrachten waar urenlang op geföhnd is, als je het mij vraagt. De Italiaanse macho’s zich te bewust zijn van hun uiterlijk, dat vind ik jammer. In Turkije weten de mannen zich gewoon nog geen raad met al dat haar. Volgend jaar ga ik weer genieten van het ongerepte Turkse mannelijk schoon, voor zolang dat het nog duurt. Want de mondiale rage die metroseksualiteit heet zal ooit overwaaien naar het Midden-Oosten.
11.05.2010 | Reageer!Ik had niet gemerkt dat wij een auto tekort kwamen maar mijn vriend begon afgelopen maand opeens over een tweede auto. Amper een jaar geleden hadden we de vorige tweede auto de deur uitgedaan. Er moest zoveel aan gerepareerd worden dat de auto die investering niet meer waard was. Omdat er in het laatste jaar nauwelijks 250 kilometer mee was afgelegd, besloten we dat er geen tweede auto meer nodig was.
Met dit soort terloopse opmerkingen van mijn vriend moet ik altijd oppassen. Hij heeft eens in de twee á drie jaar een sterke behoefte aan vernieuwing. Volgens hem kan die vernieuwing van alles zijn: een andere baan, woning of auto. ‘Of een andere partner,’ denk ik dan want dat zegt hij – uit beleefdheid waarschijnlijk – er nooit bij. Een snelle rekensom leerde mij dat de vorige auto alweer twee jaar geleden was aangeschaft. Daarom besloot ik – vooral uit eigenbelang– om het kopen van een tweede auto aan te moedigen, ook al hadden we die praktisch gezien niet nodig. De milieufreak in mij protesteerde hevig maar won het niet van mijn innerlijke statisticus. Met een tweede auto voldoen wij weer aan de landelijke norm van minimaal 1,3 auto’s per huishouden. In mijn eeuwige drang om modaal te zijn vind ik dat een geruststellende gedachte.
Bij het zoeken op marktplaats naar een nieuwe auto bleek mijn vriend een verborgen agenda te hebben. Hij zat namelijk zomaar in de categorie ‘cabrio’s’ te zoeken. Van die tweezitters met een kofferbak waarin je geen kar boodschappen kwijt kan. In allerlei felle tinten geel of rood. Daar moest ik even van bijkomen. 'Dit riekt wel heel erg naar een midlifecrisis,' dacht ik. Daarvoor is hij – met 34 jaar– er vroeg bij. Dit vond ik alarmerend. ‘Hoeveel identiteitscrisissen zou hij dan tot zijn vijftigste nog krijgen?’ dacht ik daarna. Ik vroeg mij af of onze relatie zoveel oncontroleerbare hormonale drang tot verandering zou overleven. Ik hield vast aan de eerder gekozen overlevingsstrategie en stemde in met de aankoop van een cabrio.
Dus vanaf volgende week staat er een tweezitter bij ons voor de deur. ‘Er is voldoende bagageruimte voor twee kratten bier,’ vertelde mijn vriend me er enthousiast bij. De auto heeft een nogal degelijke grijze kleur. Er is dus nog een mogelijkheid om de auto op een later moment te laten overspuiten in een meer flitsende kleur. Hopelijk blijft mijn vriend hierdoor weer een paar jaar rustig.
19.04.2010 | Reageer!Vraag een toerist waarvoor hij naar Amsterdam reist en je krijgt antwoorden in de orde van tulpen, de Hollandse meesters, wiet en de Wallen. Die laatste twee zijn waarschijnlijk de belangrijkste redenen voor het bezoek aan Nederland. Maar het is verstandig om, als je er dan toch bent, wat musea te bezoeken. Dan zijn de vakantiefoto’s (of een selectie daarvan) ook geschikt om aan je ouders te laten zien.
Omdat ik niet opgewonden raak van schaars geklede vrouwen die goed uitgelicht zijn, sla ik de Wallen meestal over. Ook voor wiet hoef ik niet naar Amsterdam. De enige keer dat ik wiet heb gerookt, merkte ik er bar weinig van. Gelukkig houd ik ervan om urenlang rond te dwalen in musea dus is er voor mij genoeg te beleven in Amsterdam. Dat heb ik als puber ontdekt toen ik het Rijksmuseum bezocht om research te doen voor een werkstuk voor het vak Geschiedenis. Daarvoor moest ik een werkstuk schrijven over een facet van de historie van Nederland. Het leek mij voor de geschiedenisleraar prettig dat tenminste één werkstuk niet over de Tweede Wereldoorlog zou gaan. Daarom, en omdat ik een berekenende puber was die dacht dat het een hoger cijfer zou opleveren, schreef ik een werkstuk over Rembrandt. Eerst wilde ik het over Van Gogh doen maar door het afgesneden oor leek me dat te deprimerend. Sindsdien heb ik het Van-Goghmuseum angstvallig vermeden.
Tijdens mijn laatste bezoek aan Amsterdam ontkwam ik er niet aan. Vrienden van mij wilden naar het Van-Goghmuseum dus ging ik mee. Het bleek dat Vincent tijdens zijn leven als kunstenaar nooit is begrepen. Ik begreep waarom. Zo zien de gezichten van de geschilderde mensen op het schilderij ‘De Aardappeleters’ er aardappelachtig uit. Trok dit mislukte schilderij werkelijk honderdduizenden toeristen per jaar? Het schilderen zal als uitlaatklep therapeutisch zijn geweest voor van Gogh, goed onder de knie heeft hij de schildertechnieken nooit gekregen. Alleen de schilderijen met bloemen erop vond ik aardig.
Mijn conclusie was dat Van Gogh een verdienstelijk schilder van bloemetjesbehang was geweest. ‘Moet je dan niet minstens één meesterwerk hebben geproduceerd om een eigen museum te verdienen?’ vroeg ik me hardop af. ‘Cultuurbarbaar,’ siste een vriend mij boos toe. Ik voelde me net zo onbegrepen als Vincent zich als schilder moet hebben gevoeld.
De volgende keer in Amsterdam, ga ik toch maar aan de wiet. Of naar de Wallen.
21.03.2010 | Reageer!Persoonlijk ben ik er dolblij mee dat de klassieke muziekstukken van een half uur veel bombarie met trompetgeschal, zijn doorgeëvolueerd in popliedjes van drie en een halve minuut. Of Mozart en Beethoven het zo bedoeld hebben, betwijfel ik maar het komt de herkenbaarheid en meezingbaarheid van de muziek ten goede.
Dat ik geen voorliefde voor de klassieke muziek heb meegekregen dat ligt aan mijn opvoeding. Mijn zussen en ik zijn opgevoed met muziek van Cuby and the Blizzards. Net als Bach is dat hopeloos ouderwets maar rammelende bluesmuziek in steenkolenengels is nauwelijks klassiek te noemen.
Voordat mijn vader alsnog de kinderbescherming op zijn dak krijgt: hij heeft ooit ’n halfslachtige poging gedaan om ons kennis te laten maken met klassieke muziek. Hij deed dat door ons mee te nemen naar een voorstelling van de Phantom of the Opera. Zo’n massaproductiemusical die drie keer daags in het Circustheater in Scheveningen werd opgevoerd. Vermoedelijk leek hem dat opvoedkundig en cultureel wel verantwoord.
Het kaartje voor de musical kregen wij collectief cadeau voor onze veertiende verjaardag. ‘Een kaartje van een musical met Ben Cramer in de hoofdrol’ stond op geen van onze verlanglijstjes. De echte reden was dat mijn vader zelf graag een volledig orkest live wilde horen spelen. Geheel volgens de gedragsvoorschriften van het puberdom hadden mijn zussen en ik op voorhand al besloten dat wij er niets aan vonden.
Het blijft toch aan je knagen als je zo’n ongevraagd en ongewenst verjaardagscadeau krijgt. Daarom ben ik als volwassene blijven roepen dat klassieke muziek bedoeld is voor mensen die zich te goed voelen voor popmuziek. Je blijft lekker jong door dat soort ongefundeerde en puberale meningen. Dus ik twijfelde sterk toen ik vorig jaar een uitnodiging kreeg om een concert van het Radio Philharmonisch Orkest bij te wonen. Maar mijn nieuwsgierigheid over hoe je zo’n driehoekig roestvrijstalen ding aan een touwtje nou vakkundig bespeelt, won uiteindelijk.
Een maand later zat ik alweer in het concertgebouw. Ik had mijn vader, niet eens uit wraak, een concertkaartje cadeau gegeven voor zijn verjaardag. Het Metropool Orkest speelde filmmuziek van de componist Ennio Morricone uit mijn vader’s favoriete film ‘Once Upon A Time In The West’. Tijdens het concert stonden de tranen in mijn ogen van ontroering. Mijn vader en ik vonden het beiden prachtig.
Als ik nu ook nog van mijn Ben-Cramer-fobie weet af te komen, dan heb ik al mijn jeugdtrauma’s eindelijk verwerkt.
20.02.2010 | Reageer!Iedereen zou van de gemiddelde Fries verwachten dat hij dolenthousiast reageert op iedere hint op nachtvorst van Piet Paulusma. Ik heb daar weinig van meegekregen ondanks dat ik in Friesland geboren en getogen ben. Ik ben namelijk een enorme koukleum. Voor mij zijn een sjaal, een muts en wanten al onmisbare kledingstukken als de temperatuur tien graden boven het vriespunt ligt. Bijkomend nadeel: mijn hoofd is niet geschikt voor het dragen van mutsen. Zodra ik een muts op doe, zie ik er uit als iemand die erg stoer wil overkomen maar bij wie dat niet goed lukt.
Gelukkig ben ik gezegend met een andere belangrijke, onmisbare Friese eigenschap. Ik heb een aangeboren talent voor schaatsen en klunen want voor beiden heb ik een heus diploma. Met schaatsen bedoel ik dan geen sierlijke, driedubbele axel. Ik kan vooral goed mijn evenwicht bewaren en op rechte kanalen ben ik zeer bedreven in het praktische, ouderwetse recht-vooruit-schaatsen. Uit de bocht vliegen kan ik ook erg goed want ik durf in de bochten niet pootje over vanwege de grote valkans. Het schaatsen op natuurijs heeft namelijk als nadeel dat je niet comfortabel in een luchtkussen belandt maar genadeloos met je kanis tegen de stenen kade smakt.
Vroeger woonde ik in de zevende stad op de route van de elfstedentocht. Zodra er een kans was dat de elfstedentocht zou doorgaan, onstond er een soort collectieve ijskoorts. In ieder vrij uurtje werd er geschaatst. 's Nachts stonden alle bruggen open zodat het ijs voldoende dik zou worden voor de tocht der tochten. Dan kon je niet zonder kilometers om te rijden van de ene kant naar de andere kant van de stad komen. Wonderlijk dat in een land vol regels, over aanrijdtijden van ambulances en zo, de doorgaande weg met zo'n onzinnige reden mocht worden afgesloten.
Waarschijnlijk zou ik tegenwoordig een dikke onvoldoende scoren op een Fries inburgeringexamen want 1. ik beheers de Friese taal niet meer en 2. ik kan niet één winnaar van de elfstedentocht opnoemen (al weet ik dan weer wèl dat Willem-Alexander ooit heeft deelgenomen onder de schuilnaam W.A. van Buren en ben ik er van op de hoogte dat hij niet gewonnen heeft maar dat levert vast geen punten op).
Gelukkig loop ik door de opwarming van de aarde steeds minder kans om door de mand te vallen met mijn warmteminnende eigenschappen. Komt dat kluundiploma me tenminste goed van pas.
14.01.2010 | Reageer!Voor de liefhebbers van een blockbuster met geloofwaardige beelden en een volkomen ongeloofwaardig verhaal, draait nu de film 2012 in de bioscoop. Wat ik mij na het zien van 2012 afvraag is waarom de makers moeite doen om een verhaallijn in zo’n film te stoppen. Niemand kijkt een rampenfilm om mee te leven met de personages. Er wordt alleen nagepraat over de special effects.
De hoofdpersonen, een gebroken gezin met twee vaders, zijn op een rare manier bekend van de bijrollen. Het gezin ontsnapt, natuurlijk ternauwernood, aan het natuurgeweld met het vliegtuig van een rijke Russische magnaat. De vader kent hem omdat hij diens chauffeur was. De stiefvader heeft de borstvergroting van de magnaat’s veel te jonge vriendin uitgevoerd. Wie verzint zoiets? De verhaallijn lijkt op een schrijfoefening voor beginnende scenarioschrijvers. De opdracht was om het product luiers te verwerken in een actiefilm met een duidelijke moraal. Alleen al voor die luiers, het is een centraal onderdeel van het plot, is de film een must-see.
Zoals een Hollywood-productie betaamt bevat deze film weer een betuttelende boodschap. Dat 2012 draait om een gebroken gezin vond ik al niet passen in de bekrompen Amerikaanse maatschappij. Vooral de stiefvader is een complicerende factor. De kinderen kunnen het met hem beter vinden dan met hun eigen vader. Dat leidt natuurlijk tot haat en nijd tussen de twee mannen. Toen halverwege de film de twee mannen bevriend raakten, wist ik hoe laat het was. Eén van de twee mannen zou voor het einde van de film het loodje leggen. Dat wordt opgelost met een fraai staaltje republikeins gedachtegoed want de stiefvader sterft een gruwelijke en bloederige dood. Een waar happy end voor het traditionele gezin als hoeksteen van de samenleving dus.
Onder het ongeloofwaardige verhaal ligt nog een tweede moraal: het milieu. Sinds de gefilmde powerpointpresentatie van Al Gore heeft de filmwereld ontdekt dat het kan scoren met een groen thema. Eerdere ecorampenfilms speelden zich vooral af in 2080. ‘Dat maak ik niet meer mee,’ dacht ik dan gerustgesteld. Maar deze film speelt al in 2012 en, tenzij ik mijzelf haastig voor de trein gooi, dan leef ik waarschijnlijk nog. Op zich heel nobel om de argeloze kijker op de gevolgen van de opwarming van de aarde te wijzen. Maar misschien had de filmproducent beter het goede voorbeeld kunnen geven door geen energie te verspillen aan het maken van deze slechte film.
17.12.2009 | Reageer!Voor iemand die zo lang van stof is als ik, is het onvoorstelbaar dat iemand zich in 140 tekens kan uitdrukken. Maar miljoenen mensen lukt het om via twitter de godganse dag kernachtig te vertellen wat zij aan het doen zijn. En die twitterende mensen doen heel veel dingen op één dag. Zoveel zelfs, dat ik me afvraag waar die personen de tijd vandaan halen om nog erbij te twitteren.
De meeste twitteraars lijken indruk te willen maken met hun drukke agenda, gevuld met veelbelovende zakelijke afspraken en uitnodigingen voor populaire feesten. Het ‘kijk mij nou’-gehalte op twitter is nogal groot. De berichten op twitter zijn een schijnvertoning. Nooit lees je over de schaduwkanten van het leven. Niemand twittert dat zijn pinpas is geblokkeerd na maanden rood te hebben gestaan. Of dat de deurwaarder op de stoep staat. Die berichten zou je toch verwachten in deze tijden van crisis.
Al die artiesten met een oninteressant, verwaarloosd weblog zitten nu op twitter. Paul de Leeuw plugt zijn televisieprogramma door via twitter te vertellen welke beroemdheden te gast zullen zijn. Madonna kondigt de release van een nieuwe single aan. Georgina Verbaan twittert over de opnamen van haar nieuwe serie Floor Faber. Twitter is het nieuwste medium om jezelf te pluggen.
Ik vind het trouwens ook verwonderlijk dat iedereen tijdens werktijd om de haverklap berichten op internet mag zetten. Misschien ben ik een modelwerknemer, of is mijn leidinggevende van de oude stempel, maar op mijn werk gaat mijn telefoontoestel uit. Bovendien krijg ik geen loon betaald om te twitteren dus gebruik ik internet op mijn werk alleen voor zakelijke doeleinden.
Vandaag heb ik bijgehouden wat ik getwitterd had, als ik zou twitteren:
‘Ik eet cup-a-soup als ontbijt omdat mijn bloeddruk weer te laag is.’
‘Telkens als ik nodig moet, zijn alle wc’s bezet.’
‘Bah, de cappucino uit de koffieautomaat is op.’
‘Ik vind dat het hete water uit de koffieautomaat zonder theezakje al voldoende kleur en smaak heeft.’
‘Ik sta in de rij bij La Place voor een broodje boerenkaas.’
‘Ik heb de was te lang in de wasmachine laten zitten, ga nu het spoelprogramma eens uitproberen.’
Ik kan mij niet voorstellen dat iemand op dit soort intieme futiliteiten van een wildvreemde zit te wachten. Dat soort dingen vertel ik niet eens aan mijn vriend. Laat staan dat ik de behoefte heb om dat met de rest van de wereld te delen.
18.11.2009 | Reageer!Jarenlang heb ik lacherig gedaan over het feministisch magazine Opzij. Cisca Dresselhuys was met haar journalistieke loopbaan in mijn ogen niet een rolmodel voor carrièrevrouwen. Het uitgeven van zulke lasterpraatjes over mannen dat kon zij makkelijk combineren met de opvoeding van kinderen. Ik zag haar zo met een kladblok aan de keukentafel een artikel schrijven terwijl zij haar baby borstvoeding gaf. Zo’n ontblote borst leidt toch af van de agenda tijdens een vergadering op kantoor. En het delegeren van die moederlijke taak aan een ondergeschikte gaat nogal lastig.
Cisca’s opvattingen over het gebrek aan vrouwen aan de top vond ik goeiig. Maar ik vond het nogal rolbevestigend. Alweer een vrouw die niet het zakelijk inzicht heeft dat een multinational niet kan worden gerund door een parttimer met een werkweek van 20 uur. Ongeacht of dat dan een vrouw of een man is.
Ik heb heel erg vaak aan Cisca denken toen het televisieprogramma De Tafel van Vijf werd aangekondigd. Een serieuze talkshow dat onderwerpen vanuit een vrouwelijk perspectief behandeld. Daar word je als feministe toch vochtig van. Gelukkig heeft Cisca de leeftijd waarop zij altijd incontinentiemateriaal bij zich heeft.
Het viel zelfs mij op dat het vooral mannelijke recensenten die na de eerste uitzending commentaar hebben op de talkshow. Meest gehoorde kritiek: het programma was vooraf opgenomen en sprong dus niet in op de actualiteit. Ik vraag me af of dat werkelijk zo’n gemis is. Actualiteitrubrieken zat op televisie. Bovendien ligt het nieuws van vandaag morgen in de kattenbak.
Gisteren heb ik een aantal uitzendingen van De Tafel van Vijf gekeken. Alle vijf vrouwen gaven ieder hun uitgesproken mening. Een van de onderwerpen was iets wat ik in geen enkele andere talkshow voorbij had zien komen: het sparen van zegeltjes in de supermarkt. De vrouwen vroegen zich collectief af of je aan al die spaaracties moet meedoen. Actueel? Nee. Interessant? Ja. Ik ben ook altijd bang om een overvloedig boodschappenpakket mis te lopen. Daardoor heb ik overal in huis zegeltjes rondslingeren die nog op een spaarkaart moeten worden geplakt.
De mannelijke televisiekijker is gewoonweg nog niet klaar voor een vrouw met een mening. Een kwestie van tijd, vroeger werden alleen de voetbalwedstrijden van het mannenelftal uitgezonden. Vorige week keek een miljoenpubliek naar het Nederlands vrouwenelftal. Als het de mannen alleen om de gladgeschoren benen van de elf vrouwen te doen was dan heb ik nog een goede kijkerstip: zwoele vrouwenlippen komen echt prachtig uit tijdens het praten.
06.10.2009 | Reageer!Als de huisarts mij een half jaar geleden had verteld dat ik aan H1N1 leed dan was ik me rot geschrokken. Niet dat ik had geweten wat ik dan precies onder de leden had. Maar zo’n vreemde afkorting lijkt meteen vrij ernstig.
Bij ziektes worden wel vaker vreemde naamsconstructies gebruikt. Zo heb ik er jarenlang moeite mee gehad om te onthouden dat iemand die HIV-negatief is, een gezond persoon is. Nog steeds vind ik HIV-positief een te blije naam voor een enge ziekte.
Eerder dit jaar noemden we H1N1 nog massaal de varkensgriep. Ik hield me toen bezig met existentiële levensvragen zoals ‘ben ik recentelijk nog in aanraking geweest met verkouden varkens?’. Maar de overheid heeft gezegd dat die naam niet meer mag worden gebruikt. Want dan lijdt de sector van varkenshouders imagoschade. En minder vleesverkoop dat kunnen de boeren – naast de kredietcrisis – er niet bij hebben. Nu blijf ik achter met de vraag sinds wanneer varkens een imago hebben.
Daarna noemden we het de Mexicaanse griep. Die benaming klonk al iets gezelliger. Alsof het een geneesbare geslachtsziekte was die je had opgelopen na een heftige one-night-stand met een vurige Mexicaan. Ook die benaming was schadelijk voor het toerisme waarvan Mexico zo afhankelijk was. En ik maar denken dat de Mexicaanse economie volledig draaide op de productie van cocaïne.
Inmiddels ben uitgebreid door de overheid geïnformeerd over H1N1. In elk geval heb ik geleerd hoe ik moet reageren als de huisarts H1N1 bij mij vaststelt. ‘Ah, de nieuwe influenza A,’ knik ik dan begrijpend.
Toch vraag ik me af hoe zo’n huisarts nou kan herkennen of het dé H1N1-griep is? Verschijnselen als koorts, rillingen, spierpijn en hoesten lijken best op gewone griepachtige klachten. In de folder wordt ongeveer verboden om naar het spreekuur van de huisarts te gaan vanwege het besmettingsgevaar. Het door een krakende telefoonlijn door het geluid van de droge hoest vaststellen lijkt mij een methode voor middeleeuwse kwakzalvers.
Waarom er een folder huis-aan-huis wordt verspreid over een milde griep, is mij verder niet duidelijk. ‘Nogal wiedes,’ dacht ik bij het lezen van tips als ‘voorkom contact met mensen die griep hebben’ of ‘gebruik zakdoekjes bij niezen of hoesten’. Ik vond ‘maak regelmatig schoon’ niet een echt griepgerelateerde tip. Dat lijkt me meer handig bij het voorkomen van ongedierte, zoals kakkerlakken. Dan had een folder over het herkennen van verkouden varkens mij toch een stuk interessanter geleken.
28.09.2009 | Reageer!Omdat ik met mijn vlassige stoppelbaardje toch nooit de uitstraling krijg van een stoere macho, kom ik maar meteen openlijk uit voor mijn onmannelijke interesse: ik ben fan van de televisieserie Sex and the City. Zelfs de zoveelste herhalingen van alle afleveringen die op televisie worden uitgezonden, volg ik religieus. En dat terwijl ik diezelfde afleveringen allemaal ook op DVD heb. Van bepaalde afleveringen ken ik de dialogen, tussen Carrie, Samantha, Miranda en Charlotte, uit mijn hoofd (meestal met de intonatie waarmee de tekst wordt uitgesproken). Sterker nog, ik gebruik diverse quotes uit de serie in mijn dagelijks leven.
In mijn favoriete aflevering, ‘Pick-a-little, talk-a-little’ wordt Miranda niet gebeld door de man waarmee zij een leuke date heeft gehad. Haar vriendinnen verzinnen tientallen volstrekt absurde redenen waarom hij niet heeft gebeld. ‘Hij is gewoon te veel onder de indruk van jouw intelligentie,’ en meer van dat soort onrealistische redenaties die opeens heel plausibel kunnen lijken wanneer je gerustgesteld wilt worden. ‘Maybe he’s just not that into you,’ zegt de enige man in het gezelschap. Voor mannen is dit een waarheid als een koe, voor vrouwen is dit een eye-opener.
De schrijver van de betreffende aflevering kreeg zoveel reacties van vrouwen dat hij een zelfhulpboek schreef met de titel He’s Just Not That Into You. Een adept van Sex and the City als ik ben, heb ik dat boek natuurlijk gelezen.
De opzet van het boek is nogal voorspelbaar, het begint met een vraag van een vrouw. Dit is een beschrijving van een tamelijk hopeloze lange-afstand-relatie waarin een man tijdens telefoongesprekken haar liefje noemt en vertelt dat hij haar mist. De schrijver beantwoordt deze vraag met: het is makkelijker om te zeggen dat je iemand mist dan dat je iemand niet leuk vindt. Het boek bevat nog veel meer van dat soort vragen, met telkens hetzelfde antwoord (zie de hierboven genoemde titel).
Afgelopen voorjaar draaide de succesvolle verfilming van het zelfhulpboek in de bioscoop. Misschien dat vrouwen behoefte hebben aan duiding door het eindeloos herhalen van één zin. Ik vond na het boek dat thema al totaal uitgemolken. Sindsdien maak ik me grote zorgen over de creativiteit van de schrijvers van tweede SatC-film die dit voorjaar komt. Zolang het centrale plot van de film maar niet gaat over vier vrouwen die gezamelijk een zelfhulpboek gaan lezen. Want dan kijk ik liever naar een historische avonturenfilm gebaseerd op een ander zelfhulpboek “Het heft in eigen handen” van dokter Wayne Dyer.
23.08.2009 | Reageer!